Wereldorientatie
-
In onze school
Is wereldoriëntatie het hoofddoel van het onderwijs.
Wordt ernaar gestreefd het vormingsgebied wereldoriëntatie tot inhoudelijk hart van het onderwijs te maken.
De kinderen maken op een veelzijdige en indringende wijze kennis met natuur, samenleving en cultuur.
We voldoen aan de kerndoelen van oriëntatie op mens en wereld: aardrijkskunde, geschiedenis, samenleving, techniek, milieu, gezond en redzaam gedrag, natuuronderwijs. We werken ook aan de ontwikkeling van kinderen m.b.t. denken, voelen, willen, kunnen, tijd en ruimte, verbeelding, levensbeschouwing.
De inhoud van onze Wereldoriëntatie wordt gevormd door de zeven ervaringsgebieden; maken en gebruiken, techniek, communicatie, omgeving en landschap, samen leven, het jaar rond en mijn leven.
Taalactiviteiten hebben een centrale plaats. Ook kunnen er rekenactiviteiten aan worden gekoppeld. Rekenvaardigheden worden zo functioneel toegepast. De kinderen ervaren zo wat zij bijv. met meten, wegen, geld en grafieken kunnen doen.
Activiteiten in het kader van kunstzinnige oriëntatie hebben een ruim aandeel.
Er is een wisselwerking tussen wereldoriëntatie en de cursussen. Wereldoriëntatie krijgt vorm op de volgende manieren:
In de meeste gesprekken staat de wereld om ons heen centraal. Daarbij zijn de ervaringen en belevingen van kinderen van groot belang. Daarnaast komt ook allerlei thematiek vanuit de wereld om ons heen, aan bod. Vanuit het kringgesprek kunnen andere activiteiten ontstaan; gesprek, werk, spel en viering.
In onze school wordt gewerkt met thema’s in alle stamgroepen. Deze moeten zoveel mogelijk aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Ervaringen van kinderen kunnen aanknopingspunten zijn voor het bepalen van de thema’s Ook kan de leerkracht zelf een keuze maken voor een bepaald thema, zodat alle ervaringsgebieden aan de orde komen. Er worden koppelingen gemaakt met tijdsoriëntatie en ruimteoriëntatie. De kijktafel wordt gebruikt om materialen, die met het thema te maken hebben, uit te stallen.
Kinderen kunnen individueel over een onderwerp werken. De keus van het onderwerp kan eigen interesse zijn, of voortvloeien uit het thema of een gesprek. De leerkracht bespreekt het werk met het kind, houdt een registratie bij, en zorgt ervoor dat het kind haar werk kan presenteren aan de stamgroep.

Zonnewijzer